Elk jaar bij het begin van het schooljaar is het moment daar dat jij je nieuwe klassen mag verwelkomen en daarbij horen natuurlijk kennismakingsspelletjes. Zo leren jij en de leerlingen elkaar kennen en wordt vriendschappen sluiten toch gemakkelijker. Om niet elke keer terug hetzelfde te doen met de leerlingen heb ik hieronder enkele spelletjes uitgewerkt die de leerlingen kunnen spelen om kennis te maken. Bepaalde van deze spelletjes zijn voor leerlingen die elkaar nog niet kennen anderen voor leerlingen die een groot deel van de klas toch al kent.

Concentratiebal
Leerlingen:
Dit is een spel voor leerlingen die elkaar nog niet goed kennen, het is een goede manier om namen te leren en te oefenen.
Het spel:
Rik gooit de bal naar Celina en roept tegelijk de naam van Karel. Nu weet Celina dat zij de bal naar Karel moet doorgooien. Terwijl Celina de baal naar Karel gooit, roept ze de naam van weer iemand anders, bijv. Jan. Nu moet Karel naar Jan gooien, enz. Wanneer iemand een fout maakt (bijv. door naar de verkeerde persoon te gooien, door geen andere naam te roepen of slecht te gooien) valt die uit het spel. Als je op stoelen zit, gaat die persoon dan op de grond zitten; als je op de grond zit, schuift hij/zij achteruit uit de kring.
Je speelt het spel tot er slechts 3 gooiers overblijven.
Je kan de moeilijkheidsgraad geleidelijk verhogen door slechts 3 tellen bedenktijd te geven, en ook door het uitsluiten van wie het woordje ‘euh’ nog gebruikt.
Ik heb een brief voor …
Leerlingen:
Dit spel kan voor beide groepen worden gebruikt. Het is een ideaal spel om als groep die elkaar nog niet kent gelijkenissen te ontdekken tussen elkaar. In een groep die elkaar wel al kent kunnen ze kenmerken benoemen die ze nog niet weten en eventuele wat zwaardere onderwerpen aanhalen.
Doel:
Spelenderwijs kleine verschillen en gelijkenissen ontdekken tussen de deelnemers.
Benodigdheden:
Eén stoel minder dan het aantal spelers.
Tijd:
10 minuten
Het spel:
De spelers gaan in een kring op de stoelen zitten. Zelf ga je in het midden staan om het spel te demonstreren.
Je legt uit dat de persoon in het midden een brief heeft voor bepaalde personen en dat hij vertelt voor wie de brief bestemd is. Bijvoorbeeld: “Ik heb een brief voor diegenen die … een bril dragen.”

Al diegenen die een bril dragen, moeten dan opspringen en van stoel wisselen. De persoon in het midden probeert zelf een lege zitplaats te bemachtigen.
Degene die overblijft, moet op zijn beurt in het midden gaan staan en de volgende brief overbrengen.
Er zijn oneindig veel mogelijkheden. Stimuleer de spelers om originele bestemmelingen te zoeken. Zoals: ik heb een brief voor diegenen die kunnen …, die (niet) houden van …, die allergisch zijn aan …, die al geweest zijn in …, die al eens … hebben gedaan, die dromen van …, die als hobby …, die … hebben (lichamelijke of karakteriële kenmerken), enz.
Stop het spel na 5 à 10 minuten of als iedereen een beurt heeft gehad en iedereen eens van plaats moest wisselen.
Spinnenweb
Leerlingen:
Dit spel is voornamelijk ontwikkeld voor groepen die elkaar nog niet kennen, maar het kan ook eventueel worden aangepast voor groepen die elkaar wel al kennen. Dan kan je werken met het vragen stellen aan elkaar.
Duur van het spel:
20 minuten
Nodig:
grote bol wol
Het spel:
Iedereen zit in een kring en noemt zijn naam. Daarna begint het spel. Eén persoon krijgt de bol wol. Hij houdt het uiteinde van de bol vast, noemt de naam van iemand anders in de kring, en gooit de bol daarheen, terwijl hij het draad vast blijft houden. De tweede persoon vangt de bol, noemt de naam van iemand anders in de kring, en gooit de bol daarheen terwijl hij het draad vast blijft houden. Zo ontstaat er in het midden van de kring langzaam een spinnenweb.
Variatie:
In plaats van namen leren, kan het spel ook gebruikt worden om dingen van elkaar te weten te komen. Wie de bol heeft, mag bijvoorbeeld een vraag stellen. Wie de bol vangt, kan daar dan antwoord op geven.
Ook zou je, wanneer het spinnenweb compleet is, iedereen tussen de draden door terug laten lopen naar degene van wie hij de bol wol kreeg. Eerst degene die als laatste de bol wol kreeg en zo verder. Degene loopt terug en rolt de wol op. In de tussentijd moet hij/zij wat over zichzelf vertellen.
Wie ben ik?
Leerlingen:
Dit is zeker een spel voor leerlingen die elkaar al kennen. Het spel zit zo in elkaar dat je toch al wat over de andere deelnemers moet weten voor je het spel op een goeie en zinvolle manier kan spelen.
Duur van het spel:
15 minuten
Nodig:
papier en pen
Het spel:
Elke deelnemer schrijft op een blaadje persoonlijke, unieke kenmerken en enkele hobby’s. Kenmerken kunnen bijvoorbeeld zijn hoeveel broers en zussen je hebt, in wat voor huis je woont, wat voor huisdieren je hebt of wat je lievelingseten is en wat jou uniek maakt. De opgeschreven punten mogen zo gek of opvallend zijn als je maar wilt, zolang ze waar zijn. De briefjes worden verzameld in een bak.
Vervolgens worden deze blaadjes blind verdeeld over alle spelers. Eén voor één leest men zijn kaartje voor waarna hij of zij mag raden bij wie het kaartje hoort. Is dit juist, dan mag de geraden speler een poging wagen. Is dit niet juist, dan is de speler links van hem/haar aan de beurt.
Handtekeningenspel
Leerlingen:
dit is een spel voor leerlingen die elkaar nog niet kennen. Door elkaar vragen te stellen leren ze van elkaar.
Duur van het spel:
20 minuten (korter bij kleine groep)
Nodig:
pennen en papier voor iedere deelnemer
Voorbereiding:
Maak een enquêteformulier met vragen als
• wie is er deze vakantie naar Spanje geweest?
• wie is er al eens in het ziekenhuis belandt?
• Wie heeft de beste vakantie ooit gehad deze zomer?
• wie zijn ouder werkt er in de bouw?
• wie zijn verjaardag valt in September?
Probeer de vragen zo te maken dat elke vraag maar op een klein aantal mensen slaat. De vraag “wie heeft er een zwemdiploma” is dus geen geschikte vraag, omdat bijna iedereen dat heeft. “Wie heeft er geen zwemdiploma” is een veel interessantere vraag.
Het spel:
Iedere deelnemer krijgt een pen en een uniek enquêteformulier. Ze krijgen de opdracht om in 20 minuten tijd zoveel mogelijk handtekeningen te verzamelen van anderen bij de uitspraken die op hun papier staan. Aan het eind van het spel overloop je de antwoorden op de papieren door zelf een uitspraak te kiezen en aan de leerling die deze vraag op zijn blaadje had te vragen wat de andere leerlingen hierover verteld hebben.