Screening van een klasgroep:
De klas waar ik stage in liep was een 3de humane wetenschappen. Ik gaf les in de groep humane waar er geen CLIL werd gegeven. Deze groep bestond uit 22 leerlingen waarvan er 3 jongens waren, een echte meisjesklas dus. De groep was heel divers op vlak van afkomst bij de leerlingen. Het was een mix van verscheidene culturen.
De klas was zeer mondig, het is een klas waar vooral de meisjes aan het woord zijn omdat zij ook in de meerderheid zijn. Daarom was het soms wel eens nodig om de meisjes te doen zwijgen en de jongens aan het woord te laten. Zij werden een beetje overpowered door de meisjes.
De klas zelf was een zeer aangename klas om in les te geven, de leerlingen hebben respect voor elkaar en komen eigenlijk goed overeen. Bij een groepswerk waar de leerlingen zelf hun groepjes mochten samenstellen zag ik wel snel dat je de kliekjesvorming had. Ik heb ze zelf groepjes laten samenstellen om eens te kijken wie het liefst werkt met wie. In deze klas waren er vier kliekjes en de jongens zaten allemaal in een ander groepje. Er was ook gemakkelijk te zien wie er serieus werkt en wie meer de speelvogels waren tijdens dat groepswerk. Alle speelvogels zaten samen in een groepje.
In de lessen cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen wordt ook vaak gewerkt rond groepsdynamiek. De leerlingen weten dat ze mogen zijn wie ze zijn en dat dit ook geaccepteerd wordt door de anderen. Zo hadden ze in hun klaslokaal een poster hangen met al hun kwaliteiten en talenten erop. Zo hadden de leerlingen toch iets van zichzelf in het lokaal hangen.

Screening van een leerling
In de klas zat een meisje dat anorexia had en daarvoor in behandeling was. Ze was nu terug in school maar volgde nog therapie om niet te hervallen.
Noden
De leerling heeft nood aan structuur. Zowel de lessen, taken als andere dingen moeten veel structuur bevatten om zo weinig mogelijk stress te veroorzaken bij de leerling. De leerling heeft ook vele lessen gemist en dient deze nu in te halen, daarom is er ook een nood aan die vele structuur.
Daarnaast heeft de leerling ook nood aan sociale contacten. Zorg dus voor een positief klasklimaat waar de leerling opgevangen wordt door haar medeleerlingen. Waar ze ook hun emoties kunnen uiten zonder veroordeeld te worden, vaak hebben zij moeite met hun emoties te uiten. Door zo’n positief klasklimaat voelen leerlingen zich ook beter zoals ze zijn en voelen ze minder druk.
Aanpak
Als leerkracht is het de grootste taak om symptomen te herkennen. Zie je symptomen van een eetstoornis of een terugval is het jouw taak om dit direct te melden. Zo kan de leerling snel opgevangen worden voor het uit de hand loopt. Zorg ook dat je deze symptomen serieus neemt en niet afschrijft als pubergedrag. Diëten kan, maar het mag niet uit de hand lopen.
Zorg als leerkracht ook dat de leerling tijdens haar behandeling op de hoogte blijft van de geziene zaken en van gebeurtenissen in de klas. Doe dit eventueel via de ouders of via het centrum waar de leerling in behandeling is, zij kunnen dan op gepaste momenten de leerling voorbereiden op een terugkeer naar school. Je kan natuurlijk wel niet verwachten dat de leerling weer helemaal mee is met de lessen, dit is praktisch onmogelijk.
Maak de klas ook een leuke plek voor de leerlingen. Zorg ervoor dat leerlingen met plezier naar de klas komen en dat ze zich er veilig voelen. Een positieve klassfeer is heel belangrijk voor iedereen.
Als laatste is het belangrijk om de leerling zoveel mogelijk positief te bekrachtigen. Meestal hebben mensen die aan anorexia lijden een heel laag zelfbeeld, door hen positief te bevestigen verhoog je dat zelfbeeld beetje bij beetje.
Evaluatie-methode
Je kan als leerkracht niet verwachten dat de leerling na veel lessen gemist te hebben zal kunnen meedoen met het examen. Zorg ervoor dat de leerling de basis meeheeft door wat bijlessen te geven en geef dan een vereenvoudigd examen aan de leerling. Het is niet nodig om de leerling meer stress te geven omdat hij/zij net een moeilijke periode heeft meegemaakt.

Neem je tijd om de leerling mee te krijgen met de leerstof. Organiseer herhalingsmomenten over de middag, neem ’s avonds wat tijd om herhalingsoefeningen te maken voor de leerling, geef eens een bijles de woensdagnamiddag.
Betrekken klasgroep
Het is heel belangrijk om de klasgroep te betrekken. Zij zijn degene die het welbevinden van de leerling het meest gaan verhogen en deels ook gaan zorgen dat de leerling niet hervalt.
Het eerste dat je moet doen als leerkracht is de medestudenten op de hoogte stellen. Leg hen uit wat anorexia precies is en hoe de leerling dan geholpen wordt tijdens de behandeling. Dit doe je het best meteen na de opname, anders blijven leerlingen met vragen zitten.
Bereid de leerlingen ook voor op de terugkeer van hun medestudent. De leerlingen hebben hun klasgenoot al een hele tijd niet gezien en zullen dus wat voorbereid moeten worden. Leg ook aan hen uit dat zij hun medestudent moeten helpen, door bijvoorbeeld wat uitleg te geven bij leerstof of door eens een boek in te vullen,…

Daarnaast is het nodig dat de leerling thuiskomt in een warme klas. In de klas moet er dus een positieve klassfeer hangen.
Betrekken ouders
Tijdens de behandeling is het nodig om goede communicatie te hebben met de ouders. Hou de ouders op de hoogte van gebeurtenissen in de school en de geziene leerstof. De ouders kunnen het team dan op de hoogte houden van vorderingen bij de leerling.
Daarnaast is het ook belangrijk om eens met de ouders te bespreken hoe het terugkeren naar school precies zal verlopen. Maak een afspraak en bespreek eens concrete zaken: zal de leerling direct voltijds terugkeren? Blijft de leerling op school eten? Wordt er iets concreets verwacht van de leerkrachten? … Het is ook belangrijk om hier te bespreken hoe de leerling geëvalueerd zal worden en wat er nog allemaal moet aangeleerd worden aan de leerling.
Zorgverbredingsinitiatieven
In de school is er een nauwe samenwerking met het CLB. Het CLB en de leerlingenbegeleiders werken samen om de leerlingen optimale ondersteuning te bieden, omdat het CLB niet altijd aanwezig kan zijn wordt er veel opgevolgd door de leerlingenbegeleiders.

Daarnaast zijn er ook leerlingenbesprekingen op Multi-Disciplinair-Overleg. Naast de leraren bevinden de directeur en externe experten zich ook op die vergadering. Zo kunnen er concrete oplossingen worden besproken die haalbaar zijn voor deze leerling.
Elke klas krijgt ook een klassenleraar aangewezen waar ze terecht kunnen voor een gesprek indien ze moeilijkheden hebben. Daarnaast zijn er ook andere leerkrachten waar je terecht kan voor een gesprek indien je het toch liever niet aan je klassenleraar vertelt.
Daarnaast zijn er andere intiatieven zoals toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers, materiële voorzieningen, studievoorzieningen,…
Al deze maatregelingen zijn waardevol omdat je als leerling echt wel geholpen wordt. De school zal zijn uiterste best doen om te helpen waar het kan in de school.
Verdieping: literatuurstudie
Boek 1: Preventie van eetstoornissen – Dr. Greta Noordenbos en dr. Walter Vandereycken
Kenmerken:
Bij anorexia voelen de jongeren een onweerstaanbare drang om af te vallen. Alles wat te maken heeft met eten, gewicht of lichaamsvorm wordt een obsessie. De jongere voelt zich in controle over deze zaken en wil die controle houden. Centraal in hun gedachtegang staat de beleving dat men te dik is of dat men dik zal worden.
Er zijn twee vormen van anorexia. De eerste vorm is het beperkende type. Dit betekent dat de jongere de voedselinname zal beperken, meestal een bepaald aantal calorieën per dag. De tweede vorm van anorexia is het gemende type. Hierbij zal de jongere nog altijd doen aan voedselbeperking, maar daarnaast heeft de jongere ook enorme eetbuien waarna er overgegeven wordt of er laxeermiddel wordt gebruikt.
Risicogroepen:
De grootste risicogroepen zijn meisjes en jonge vrouwen in de leeftijd van 15 tot 25 jaar. Maar er kan natuurlijk ook anorexia voorkomen bij meisjes jonger dan 15 en vrouwen ouder dan 25. Anorexia komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar mannen kunnen hier ook last van hebben. De vrouw-manratio is 10:1, bij mannen zijn het voornamelijk homoseksuele mannen die last hebben van anorexia maar dit wil niet zeggen dat andere mannen geen last kunnen hebben van anorexia.
Er zijn ook specifieke risicogroepen. Dit zijn modellen in de modewereld, balletdansers en topsporters. Zij zijn groepen die verwacht worden van slank te zijn en ook veel druk hebben van mensen om hen om super slank te zijn.

Preventie:
Om eetstoornissen te voorkomen kan je enkele preventie lessen geven. Hier leren leerlingen wat een eetstoornis is, wat de oorzaken zijn en de gevolgen zijn.
Als eerste is het belangrijk om de leerlingen weerbaar te maken tegen het slankheidsideaal dat geldt in de westerse wereld. Dit kan je doen door reclamebladen erbij te halen en een klasgesprek te houden over deze reclamebeelden en hoe ze mensen misleiden met de beelden.

Daarnaast is het nodig om tijdens je lessen wat tijd te maken over de achtergronden, kenmerken en gevolgen van eetstoornissen. De thema’s die je kan behandelen zijn de westerse cultuur en slankheidsideaal, puberteit en lichamelijke veranderingen, betekenis en waardering van het lichaam, lijnen en vermageren, kenmerken van anorexia en boulimia nervosa, lichamelijke; psychische en sociale gevolgen van eetstoornissen en mogelijkheden om hulp te zoeken.
Nodig als school ook eens een ervaringsdeskundige uit. Dit kan dan een persoon zijn die zelf een eetstoornis heeft gehad, een ouder van iemand met een eetstoornis, een medewerker in een centrum voor eetstoornissen,…
Het is ook nodig om je leerling actief te betrekken bij de lessen over eetstoornissen, zo zal er een langer effect zijn van de lessen. Je kan dit bijvoorbeeld doen door volgende lesvervolg:
- Als eerste begin je met een kritische discussie over het slankheidsideaal. Na die discussie schrijven leerlingen de negatieve gevolgen op van dat slankheidsideaal en brengen dat de volgende les mee.
- De volgende les moeten leerlingen elkaar overtuigen van de negatieve gevolgen. Daarna geef je de leerlingen een huiswerk mee. Ze moeten thuis voor de spiegel gaan staan en al de goede dingen over zichzelf neerschrijven.
- De volgende les worden de gedachten en de gevoelens bij de spiegeloefening bediscussieerd. Daarna wordt er een rollenspel gedaan om de druk van het slankheidsideaal te weerstaan.
Boek 2: Help je kind anorexia overwinnen – Dr. Yves Simon en Isabelle Simon-Baïssas
Symptomen:
Volgende symptomen kunnen opgemerkt worden bij jongeren met een eetstoornis. Niet alle symptomen zullen zichtbaar zijn bij elke jongere met anorexia, anorexia heeft verschillende uitingsvormen. Maar vele van deze symptomen zullen zichtbaar zijn.
- Eetgedrag:
- Dieet
- Maaltijden overslaan
- Vegetariër worden
- Calorieën tellen
- Ongewoon eetgedrag
- Alleen eten
- Boulimiecrisissen
- Dagelijks gedrag
- Opsluiten in badkamer na maaltijden
- Geregeld wegen
- Overdreven veel aan sport doen
- Wisselvallig humeur
- Moeite met kleren kiezen
- Vindt haar figuur niet goed
- Veel kookboeken lezen
- Sociaal gedrag
- Afzonderen
- Veel studeren
- Fysieke tekenen
- Gewicht verlies
- Niet meer groeien
- Kouwelijk
- Zwelling onder oren
- Kloven of littekens op de rug van de hand
Weldadige invloed van anorexia:
Anorexia zorgt voor verschillende gevoelens bij de jongere, naast de negatieve gevoelens zorgt anorexia ook voor enkele positieve gevoelens zoals de volgende.
Ten eerste zorgt anorexia voor een zeker fierheid. Jongeren met anorexia hebben hoge persoonlijke eisen en worden bewonderd voor hun volhardendheid. Ze krijgen complimenten dat ze doorzetten en daardoor leggen ze de lat steeds hoger, ook op het vlak van eten.
Ten tweede beschermt de eetstoornis de jongere. De jongere denkt constant aan de eetstoornis en daardoor beschermt het haar tegen alle andere moeilijkheden. Ze worden erdoor niet meer geconfronteerd met de andere angsten.
Als laatste geeft de eetstoornis een soort van macht. Ze worden het centrum van de zorgen van het gezin, ze maken het voorwerp uit van heel wat ongerustheid. Ze heeft niet enkel haar lichaam onder controle, maar ook de andere leden van het gezin.
2 persoonlijkheden:
Een leerling die onder invloed is van anorexia kan je vergelijken met iemand met twee persoonlijkheden. Je hebt het gewone meisje of jongen en daarnaast heb je de anorexia. Ouders kunnen soms verschil horen tussen wie er aan het woord is. Er bestaat binnenin het meisje een gezond deel en een ziek deel. Het is dan ook onmogelijk om een zinnig gesprek te voeren met het zieke deel.
School inlichten:
Zo weten de leerkrachten dat je het onder controle hebt en kunnen ze minder schoolwerk geven. Let wel op dat je als leerkracht geen vooroordelen hebt tegenover de jongere of de ouders. Help ook met de cursussen bijhouden van de leerling. Het is best dat je als leerkracht je niet bemoeit met de maaltijden, maar je kan er wel op toezien dat er geen opmerkingen worden gemaakt over het uiterlijk.
Artikel uit vaktijdschrift 3: Flinterdun om erbij te horen
Het artikel gaat over de bijna 16-jarige Chloë die overleed aan de gevolgen van anorexia nervosa. Er zijn erg lange wachtlijsten voor opname van jongeren met anorexia, doordat de artsen en psychiaters het probleem van Chloë niet serieus namen is ze gestorven ten gevolge van kaliumtekort door een hartstilstand.
Doordat de ouders zo gefrustreerd waren is er een actiegroep opgericht: BAAN Chloë vzw (Betere Aanpak van Anorexia Nervosa). De vzw zorgt ervoor dat mankementen in de aanpak van Anorexia aan de kaak worden gesteld. Het moet beter en sneller worden aangepakt, de wachtlijsten moeten verdwijnen.

Als je vermoedens hebt van een eetstoornis zal je vaak zelf met goedbedoelde adviezen komen, maar deze zijn vaak fout. Doe daarom genoeg opzoekwerk en ga eventueel naar professionele organisaties als bv. ANBN vzw.
Pubers gaan experimenteren met kleding, haarstijl, diëten en make-up. Experimenteergedrag zoals extreem sporten en weinig eten mag niet te lang aanhouden. Duurt dit gedrag langer dan 3 maanden trek je best eens aan de alarmbel.
Artikel uit vaktijdschrift 4: Samen sterk tegen anorexia
Anorexiapatiënten hebben allemaal een andere beleving van anorexia. Sommigen eten amper en dan alleen lichte en caloriearme dingen. Anderen werken soms enorm veel voedsel binnen, waarna ze dan braken, laxeermiddelen nemen of uren aan sport doen om te vermijden dat ze verdikken.
Een oorzaak van anorexia kan worden gezocht in de genen. Uit studies blijkt dat bij eeneiige tweelingen het vaak voorkomt als 1 van beiden met anorexia kampt de andere dat vaak ook doet. Daarnaast zou het ook iets te kunnen maken hebben met de mechanismen van verslaving.
Een andere oorzaak van anorexia is dat sommige meisjes weigeren vrouw te worden: ze ontwikkelen geen vrouwelijke vormen, menstrueren soms niet en voelen zich niet verantwoordelijk.
Mensen met anorexia hebben vaak ook een negatief zelfbeeld, niet enkel op fysiek vlak maar ook op vlak van persoonlijkheid. Ze hebben het gevoel dat ze niets waard zijn en dat ze niets kunnen en hun perfectionisme versterkt dat.

Omdat anorexia zoveel oorzaken heeft, zijn er dus ook veel behandelingsopties nodig. Maar één ding is duidelijk: dreigementen, dwang en geweld helpen iemand met anorexia niet vooruit. Ze moeten zelf inzien dat ze een probleem hebben en dat ze professionele hulp nodig hebben.
Artikel 5: “Ik had al in de krant kunnen staan Y.V. (13) stapt uit het leven”
Dit artikel is geschreven in verband met Rode Neuzendag, het gaat over Yana die nu 19 is en al een lange tijd anorexia probeert te overwinnen.
Het begon allemaal in het tweede leerjaar toen enkele meisjes haar begonnen pesten, eerst uitsluiten daarna haar dik gaan noemen. Nochtans was Yana een slank meisje. Toen ze negen was ondernam ze haar eerste zelfmoordpoging, daarna veranderde ze van school en bloeide ze open. Tot ze dertien was en weer met een deel van de pesters in school zat. Daarna ondernam ze nogmaals een zelfmoordpoging die weer mislukte.
Ze werd opgenomen in een psychiatrische instelling en ontmoette daar meisjes die verslaafd waren, met eetstoornissen kampten,… Een van hen begon een spelletje om ter snelst afvallen en daar deed Yana aan mee, ze was te bang om nogmaals uit de boot te vallen.
Na het halfjaar bleef Yana vermageren en ze kreeg vele complimentjes erdoor. Ze was blij dat ze er eindelijk bij hoorde en dat ze toch iets in haar leven onder controle had. Ze werd verkozen in het leerlingenparlement en had enkele aanbidders, dit was in haar ogen allemaal door haar gewicht. Ze zocht dus verder naar manieren om af te slanken en kwam terecht op pro-anasites – websites vol met tips over hoe je het anorectische ideaal zo snel mogelijk kan bereiken. Ze verloor 20 kilogram in een jaar en voelde haar geweldig, de pesters hadden niet gewonnen.
Yana heeft dus willen het heft in eigen handen nemen tegen de pesters en is door verkeerde contacten in een milieu terechtgekomen van eetstoornissen en vermageren.
Conclusie verdieping
Je kan op verschillende manieren preventie doen van eetstoornissen. Als leerkracht is het nodig om de leerlingen zelf actief te laten werken rond eetstoornissen. Laat hen zelf gevolgen opzoeken en deze bespreken tijdens een klasgesprek. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit langer effect heeft dan een gewone standaard les waar de leerkracht uitlegt wat de gevolgen zijn. Nodig als school ook eens iemand uit die een eetstoornis heeft gehad, zo horen de leerlingen uit het standpunt van iemand die het allemaal heeft meegemaakt in plaats van de leerkracht die nog nooit een eetstoornis heeft gehad.

Het is ook belangrijk dat je als leerkracht de symptomen in de gaten houdt en goed communiceert met de ouders. Heb als leerkracht geen vooroordelen over de leerling en haar thuissituatie, een eetstoornis heeft vele oorzaken. Het is aan jou om zo neutraal mogelijk de leerling proberen te begeleiden.
Zorg ook dat leerlingen zich bevinden in een positief klasklimaat waar ze kunnen zijn wie ze zijn. Zorg dat hun zelfbeeld goed is, dat de leerlingen hun talen en kwaliteiten ontdekken en gebruiken. Maak ook een klas waar er weinig conflicten zijn en waar iedereen wordt geaccepteerd voor wie ze zijn. Door een pestsituatie en slecht zelfbeeld worden leerlingen sneller geneigd tot een eetstoornis.
Bibliografie
Finoulst, M. (2015, Juni). Flinterdun om erbij te horen. Bodytalk, pp. 30-31.
Maillard, C. (2016, Februari). Samen sterk tegen anorexia. Bodytalk, pp. 44-45.
Noordenbos, G., & Vandereycken, W. (2005). Preventie van eetstoornissen: een gewichtig probleem. Mechelen: Daniel Lefebvre.
Simon, Y., & Simon-Baïssais, I. (2010). Help je kind anorexia te overwinnen. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
Swinnen, S. (2016, November 19). “Ik had al in de krant kunnen staan Y.V. (13) stapt uit het leven”. Het laatste nieuws, p. 6.