Brede maatschappelijke context

In volgende post heb ik het over hoe je attitudevorming, individuele ontplooiing, maatschappelijke vorming/burgerschapsvorming en differentiatie kan binnenbrengen in je eigen lessen. Als voorbeeld werk ik rond mijn eigen vakken (Biologie en Engels). Hieronder zie je dus hoe ik dit allemaal ga toepassen in mijn lessen en hoe ik van mijn leerlingen wereldburgers maak.

Biologie

Attitudevorming

In biologie is het voor mij heel belangrijk dat leerlingen een goede attitude hebben naar de natuur toe. Het respecteren van de natuur en van het milieu ligt mij heel nauw aan het hart. Daarom zou ik zeker proberen om een Canon-natuurdag mee te maken, daar leren je als leerkracht hoe je een natuur- of milieuproject kan opstarten in je eigen school en in je eigen klas. Als je dan een klein project start in de school of de klas kan je leerlingen engageren om mee te helpen met het project. Start je bijvoorbeeld een moestuintje in de school kunnen leerlingen over de middag de planten water geven of onkruid wieden, enz. Leerlingen leren op deze manier voor de natuur zorgen.

moestuin

Naast de attitude om voor de natuur te zorgen, wil ik hen ook de attitude aanleren om respect te tonen voor materiaal en voor anderen. Dit doe ik dan vooral tijdens de practica die ik zal uitvoeren tijdens mijn lessen. Om aandacht te vestigen op die attitudes zal ik ook bij elke practicum die ik geef punten zetten op attitudes. De punten op attitude zullen ongeveer een derde zijn van de totale aantal punten zo weten de leerlingen dat respect hebben voor materiaal en anderen een belangrijk gegeven is.

Individuele ontplooiing

Tijdens mijn lessen wil ik ook de individuele ontplooiing van de leerlingen bevorderen door hen hun eigen kwaliteiten en talenten te doen ontdekken. Als leerkracht biologie is het belangrijk om de puberteit te bespreken en daarin kan je leerlingen hun eigen talenten en kwaliteiten doen ontdekken. De puberteit is het perfecte moment voor leerlingen om hun eigen identiteit te ontwikkelen en daar hoort kennis bij van talenten en kwaliteiten. Gebruik deze talenten en kwaliteiten ook in je les en daarbuiten, zo kunnen leerlingen hun kwaliteiten ontwikkelen.

Maatschappelijke participatie/ burgerschapsvorming

Het is ook belangrijk dat leerlingen participeren in de maatschappij en dat ze helpen met de maatschappij beter te maken. In mijn lessen zou ik dit willen doen door bezoeken te brengen aan natuurhulpcentrums en centrums voor milieuzorg. Daarnaast kan je de leerlingen ook enkele uren vrijwilligerswerk laten doen in een natuurhulpcentrum naar keuze, dit kan een opvangcentrum zijn voor dieren, een dierenasiel, de watergroep,… Het komt er op neer dat leerlingen vrijwillig hulp bieden om de natuur een handje te helpen.

opvangcentrum

Daarnaast kan je in de school ook zorgen voor natuur- en milieuprojecten waar leerlingen leren hoe ze in het dagelijks leven kunnen zorgen voor het milieu. Maak een composthoop in school, doe aan recyclage op school en zorg dat leerlingen ook recycleren,…

Differentiëren

Ik zou vooral differentiëren in biologie door te kijken naar de kennis van de leerlingen en hierop in te spelen. Spreek je over zoogdieren en zijn er leerlingen in de klas die er veel van kennen? Laat hen een deel van de les voorbereiden en geven of geef hen gewoon een verdieping van de leerstof. Geef hen opdrachten die moeilijker zijn en die meer diepgaand ingaan op de zoogdieren en hun bestaan.

Leerlingen kunnen ook ingezet worden als peerteachers. Heb je een deel van de klas dat goed is in een bepaald deel waar anderen wat moeite mee hebben, laat hen dan rondlopen tijdens het maken van de oefeningen zodat ze hun andere leerlingen kunnen helpen met het begrijpen ervan.

Engels

Attitudevorming

In mijn lessen Engels wil ik een goede taalattitude zien bij de leerlingen. Daarom zou ik in het begin van het jaar een portfolio starten met de leerlingen, waar ze doorheen de jaren aantonen dat ze op verschillende manieren bezig zijn geweest met de taal. Dit kan zijn door een aflevering te kijken van een serie in het Engels, kijken naar de BBC, luisteren naar Engelse muziek of een podcast, een tekst lezen geschreven in het Engels, met een penpal communiceren in het Engels,… Op dit portfolio staan ook attitudepunten. Leerlingen hoeven van mij niet constant bezig te zijn met het Engels maar toch zeker enkele keren gedurende een trimester.

world-of-english

Naast een taalattitude wil ik ook een respectvolle klas waar iedereen respect heeft voor elkaar. Ik zal dus ook zeer strikt zijn op het niet onderbreken van elkaar als iemand aan het woord is. Ik heb geen enkel probleem met een reactie op een antwoord van een leerling, maar enkel als dit respectvol wordt gegeven dus met de hand in de lucht. Ik zal dus ook tijdens spreekoefeningen punten geven aan de andere leerlingen op hun attitude om te luisteren naar wat de andere leerlingen te zeggen hebben.

Individuele ontplooiing

Het is ook belangrijk om de individuele ontplooiing te stimuleren bij de leerlingen en dit wil ik bereiken door aandacht te hebben voor talenten en kwaliteiten tijdens mijn lessen. Als eerst is het belangrijk dat je leerlingen hun kwaliteiten en talenten ontdekken. Dit kan je in je les toepassen als je over de qualities praat, laat leerlingen dan het kwaliteitenspel spelen en zo hun eigen talenten ontdekken. Die kan je daarna tot uiting laten komen door leerlingen taken te laten uitwerken op hun eigen manier. Zorg er ook voor dat je tijdens je les inspeelt op de talenten van de leerlingen, zo kunnen de leerlingen zichzelf ontplooien.

Maatschappelijke participatie/ burgerschapsvorming

Het is belangrijk dat leerlingen participeren in de maatschappij en ook de Engelse cultuur opsnuiven. Hou hen daarom op de hoogte van gebeurtenissen in Engeland en laat hen er ook over discussiëren. Zo worden de leerlingen betrokken in het maatschappelijk gebeuren en worden leerlingen ook bevorderd om de Engelse cultuur meer op te snuiven.

Laat de leerlingen ook kennis maken met de Engelse wereld in Vlaanderen. Ga eens op bezoek bij Flanders Fields en leer hen kennis maken met de Engelse geschiedenis in Vlaanderen. Laat hen zelf hun medestudenten rondgidsen op de begraafplaatsen en de maatschappelijke belangen van Engeland en Vlaanderen verklaren.

flanders field.jpg

Differentiëren

In Engels kan je vaak differentiëren op veel verschillende vlakken. Je kan differentiëren op vlak van kennis, vaardigheden en cultuur.

Op vlak van kennis kan je de leerlingen indelen in kennisgroepen en hen verschillende soorten oefeningen bieden die de leerstof verhelderen. Laat de ‘beste’ groep meer zelfstudie doen en help diegene die moeite hebben met het Engels.

Op vlak van vaardigheden kan je de schrijf-, lees- en luisteroefeningen moeilijker maken naarmate de leerlingen meer getraind zijn op het Engels. Geef hen eens een moeilijkere tekst om te lezen, zo worden de leerlingen ook verder uitgedaagd in de taal.

Op vlak van cultuur kan je de leerlingen zelf laten kiezen wat zij aan bod willen laten komen. Geef hen enkele onderwerpen waaruit ze kunnen kiezen en zo worden de leerlingen hun keuzes betrokken in je lessen.

Moeilijke thuissituatie: het oudercontact

Jongeren in jouw klas kunnen te maken hebben met een moeilijke thuissituatie, deze situaties zijn heel uiteenlopend. Maar het is ook aan ons om de ouders te betrekken bij school, we zien de ouders vooral op het oudercontact dus daar moeten we veel moeite instoppen en zo aangenaam mogelijk maken. Hieronder vindt je enkele tips om de oudercontacten vlot te laten verlopen.

Oudercontact: stroomstoot of vonken?

Er zijn drie soorten denkwijzen volgens het artikel die leraren kunnen hebben over oudercontacten:

Hoogspanning

Je bereidt het oudercontact minutieus voor. Wat je vertelt, verloopt volgens een vast scenario. Je blijft formeel en de punten zijn voor jou de maatstaf . Probleemgedrag in de klas wijt je systematisch aan de situatie thuis. Tip: ouders komen niet enkel luisteren, maar hebben ook hun eigen verhaal.

Gelijkstroom/wisselstroom

Oudercontact is voor jou een dialoog. Input komt van de ouders, waarop jij je verhaal ent. Het is ook het moment voor een leuke, informele babbel. Je kaart problemen aan, en ouders praten open en eerlijk met jou in een onderlinge sfeer van vertrouwen.

Zwakstroom

Oudercontact is voor jou een verplicht nummertje in de rij van schooletentje, opendeurdag en personeelsvergadering. Een noodzakelijk kwaad. Je vindt het zonde van de tijd en praat voor de vaak. Tip: je leert je leerlingen pas echt kennen als je geïnteresseerd bent in de ouders die voor je zitten.

Mijn resultaten:

Mijn resultaten komen neer op de gelijkstroom, ik wil als leerkracht de ouders dus beter leren kennen. Communicatie en eerlijkheid is zeer belangrijk en niet het gevoel dat de leraar alwetend is en meer te zeggen heeft dan de ouders.

Optimaliseren van het oudercontact

Het oudercontact is voor veel ouders een groot moment tijdens het schoolgebeuren en niet elke ouder kijkt er even hard naar uit. Daarom moeten er maatregelen worden genomen dat het oudercontact een stuk laagdrempelig wordt voor de ouders. Dit kan op vele manieren en hieronder zijn enkele tips te vinden.

Zorg dat het oudercontact niet het eerste moment is dat je de ouders ziet. De school kan enkele toffe momenten organiseren tijden het jaar waar ouders welkom zijn. Denk maar aan een Kerstmarkt, een rommelmarkt voor het goede doel, schooltoneel, … Ook kan er voor de start van het schooljaar een klusjesmoment plaatsvinden waar ouders en leerkrachten samen de school in orde brengen en een stuk gezelliger/uitnodigend maken voor hun zoon of dochter.

kerstmarkt

Zorg ervoor dat het oudercontact niet voelt alsof de ouders op het matje geroepen worden om over hun zoon of dochter te praten. Een kopje koffie met een stukje taart of een koekje kunnen wonderen doen voor de sfeer en de gezelligheid.

Als klassenleraar ben je expert op je eigen vakken, maar niet elke leerling heeft problemen met jou vak, dus is het aangeraden dat de ouders andere leraren kunnen spreken. Richt een grote zaal in waar alle leraren samen zitten en als de ouders het willen kunnen ze na met jou gesproken te hebben ook een andere leraar om info vragen.

Indien enkele ouders niet aanwezig kunnen zijn op het oudercontact, probeer dan op een ander tijdstip met die ouders samen te zitten. Zo toon je ook dat je het beste voorheeft met hun zoon of dochter.

Contacteer op verschillende manieren de ouders. Naast het traditionele briefje kan er gerust een herinneringsmail gestuurd worden.

Voorzie voldoende tijd voor elke leerling, zodat ouders niet lang moeten wachten, want zo zien ze er ook tegenop om naar het oudercontact te komen.

Slecht nieuwsgesprekken

slechtnieuwsgesprek

  1. Hoe zou je het slechtnieuwsgesprek brengen?

Stel de ouders bij het inkomen op het gemak. Zorg dat je niet lang wacht voor je het nieuws brengt, eenmaal het slechte nieuws is gebracht kan je proberen de klap wat te verzachten. Leg uit waarom dit het eindresultaat is en geef ook aan waar hun zoon/dochter het goed doet. Wees  concreet en draai niet rond de pot. Zeg ook nogmaals aan de leerling dat hij zijn vakantie verdiend heeft en dat hij ervan moet genieten.

  1. Hoe zou je reageren als de ouders heel agressief worden bij het horen van het slechte nieuws?

Blijf vooral zelf kalm en laat de ouder afkoelen en ga daarna verder. Als er maar één van de ouders agressief wordt kan de partner de ander misschien sussen. Als je ziet dat het gesprek niet verder geraakt, breek je zelf het gesprek af en zeg je tegen de ouder dat je het op een ander moment wil verderzetten want dat het op zo een manier niet lukt. Indien de ouders na een halfuur zijn afgekoeld kan je verdergaan anders maak je samen met de ouders gewoon een nieuwe afspraak.

Oudercontacten met anderstalige ouders

Contacteer anderstalige ouders op een eenvoudige manier. Stuur ze een brief mee die niet moeilijk is en eventueel in het Nederlands met een vertaling in de eigen taal. Pictogrammen kunnen ook zeker helpen. Indien mogelijk kan de brief ook gepersonaliseerd worden.

pictogrammen

Wanneer de ouders tegenover je zitten gebruik eenvoudige taal en geen jargon. Probeer ook uitdrukkingen die voor ons vanzelfsprekend zijn te vermijden.

Een open houding is zeker van belang. Laat ze zich op hun gemak voelen en maak duidelijk dat fouten maken niet erg is.

Laat ze op voorhand al eens kennismaken met de school en leg ook duidelijk uit waarvoor een oudercontact dient.

Hou ook de toetsen en taken klaar, zodat ze het kunnen bekijken. Zo is er minder kans op misverstanden. Gebruik pictogrammen of afbeeldingen om de communicatie nog vlotter te laten verlopen.

Als de ouders veel moeite hebben met het Nederlands kan er een tolk ingeschakeld worden of eventueel in een andere, gemeenschappelijke, taal gecommuniceerd worden.

Language Translator Illustration

 

Moeilijke thuissituatie: Vluchtelingen

Jongeren in jouw klas kunnen te maken hebben met een moeilijke thuissituatie. Een van die situaties kan een gezin zijn dat gevlucht is naar België. Hieronder vind je wat jij kan doen als leerkracht en als school om het die leerling zo aangenaam mogelijk te maken.

Onthaal

Zorg dat de inschrijving van de leerling een warm moment wordt waar je zicht krijgt op de situatie van de jongere. Zo creëer je een duidelijke beginsituatie voor de leerkrachten. Daarnaast zorg je op die manier voor een openheid naar de ouders toe, de ouders voelen dat de school hen accepteert en interesse heeft in hen en hun kind.

Informeer de jongere en de ouders over wat er doorheen het schooljaar zal gebeuren, omdat de ouders onze taal waarschijnlijk niet spreken kan je werken met pictogrammen en een tolk laten komen.

Language Translator Illustration

Hou de ouders ook op de hoogte doorheen het schooljaar, zorg dat ze alle informatie krijgen. Stuur brieven in zowel Nederlands als in de thuistaal. Zorg ervoor dat er een tolk aanwezig is op de oudercontacten, zo wordt alles wat je zegt correct vertaald zonder informatie achter te houden.

Creëer ook een ontwikkelingsplan waar je in uitwerkt waar de leerling op het einde van het jaar moet geraken en welke stappen er zullen ondernomen worden om deze doelen te bereiken.

In het onderwijs

Als eerste is het belangrijk om je leerlingen voor te bereiden op de nieuwe klasgenoot. Speel eens het vluchtelingenspel (vluchtelingenspel een van vele spelen) en bespreek daarnaast ook de vluchtelingenproblematiek.

vluchtelingenspel

Stel de nieuwkomer op zijn gemak. Zorg voor een veilig klas- en schoolklimaat waar de leerling geaccepteerd wordt voor wie hij is. Stel ook een meter/peter/buddy aan in de klas die de leerling op sleeptouw neemt en de gewoonten in school aanleert aan de leerling.

Zorg dat je lessen gestructureerd zijn. Handel zo visueel en concreet mogelijk en benadruk de lidwoorden. Hang ook kaartjes op in de klas waar je op elk voorwerp de naam hangt, zo kan de leerling de woorden zien en zal hij ze sneller leren. Werk tijdens de opdrachten met pictogrammen, deze zijn universeel bekend en zo verstaat de leerling wat er van hem verwacht wordt. Spreek ook een signaal af met de leerling zodat hij dit kan gebruiken wanneer hij iets niet verstaat en meer uitleg nodig heeft.

pictogrammen

Bied de leerling succeservaringen, geef hem kleine haalbare opdrachten. Geef de leerling ook veel positieve bekrachtiging, zo zal de leerling meer zelfvertrouwen hebben en ook meer durven in de klas.

Betrek ook de cultuur en de taal van de leerling in de klas. Er zit veel diversiteit in de klas en leerlingen met verschillende culturen, organiseer daarom eens een cultuuruurtje waar leerlingen kunnen spreken over hun eigen cultuur en taal.

Budgetgericht werken

Organiseer in school een themadag omtrent vluchtelingen, tijdens die themadag kunnen leerlingen activiteiten organiseren om geld in te zamelen voor vluchtelingengroepen. Daarnaast kan er op de themadag gewerkt worden rond de vluchtelingenproblematiek en de vooroordelen wegwerken.

Als tweede is het belangrijk om met school en de ouders ook een samenwerking te starten met de jeugdbeweging. Zo kunnen leerlingen naar de jeugdbeweging gaan waar hun integratie bevorderd zal worden. Tijdens hun vrije tijd zullen ze zo nog in contact komen met de taal en de cultuur.

jeugdbeweging

Om de leerlingen zo snel mogelijk mee te krijgen met de leerstof kan je de leerlingen bijles bieden die gegeven wordt door vrijwilligers. Dit kunnen stagairs zijn die in hun vrije tijd nog wat bijles willen geven.

3 rollen die je als leerkracht kan aannemen

Ten eerste kan je de rol van redder aannemen. Hier is de leerkracht sterk betrokken bij de leerling en wil hij de leerling zoveel mogelijk helpen. De valkuil waar de leerkracht moet voor opletten is het betrokken raken in het privéleven van de leerling.

lifebelt-160144_1280.png

Ten tweede kan je de rol van wegwijzer aannemen. Hier zal de leerkracht meer afstand bewaren en ze gewoon op afstand wat de weg wijzen. De valkuil hier is te snel doorverwijzen naar andere instanties en het zeggen dat jij als leerkracht niet kan helpen.

directory-235079_1280

Als laatste kan je de rol van steunpilaar aannemen. Hier zorg je als leerkracht voor veel structuur en regelmaat in de lessen en ook daarnaast. De valkuil hier is frustratie waar jij als leerkracht de capaciteiten ziet maar ook de schoolachterstand moet wegwerken.

steunpilaar

Moeilijke thuissituatie: Echtscheiding

Jongeren in jouw klas kunnen te maken hebben met een moeilijke thuissituatie. Een van die situaties kan een gezin zijn die een echtscheiding doormaakt. Hieronder vind je de specifieke ondersteuningsnood van jouw leerling en wat jij kan doen als vakleerkracht en als school.

Ondersteuningsnood van de leerling

Wees als leerkracht een luisterend oor, laat de leerling zijn verhaal doen. Heb je weet van andere leerlingen die dit al hebben meegemaakt kan je hen ook eens samen laten zitten met de leerling zodat ze samen eens kunnen praten.

Zorg dat de klassfeer goed zit. De leerling kan zichzelf de schuld geven en daardoor kan zijn welbevinden minder zijn. Geef de leerling ook een veilig gevoel, investeer in duurzame relaties tussen de leerlingen.

De leerling heeft ook nood aan structuur. Doordat de leerling de ene keer bij de ene ouder verblijft en de andere keer bij de andere kan het zijn dat de leerling de juiste boeken niet meebrengt. Daarom is het nodig om een duidelijke planning op te stellen en voldoende op voorhand toetsen en taken aan te kondigen, maar ook nieuwe thema’s aankondigen.

pins-1799320_1280

Maatregelen leerkracht

Wees als leerkracht een luisterend oor, maar blijf neutraal. Veroordeel niemand en zorg dat je geen tweede ouder wordt, blijf voldoende afstand bewaren.  Wees ook alert voor veranderingen in gedrag bij de leerling.

Maak onderwerp bespreekbaar en toon begrip voor de situatie waarin de leerling zich nu bevindt, maar focus ook eens op het positieve van verschillende gezinssituaties. Geef de leerling ook voldoende tijd om zich aan te passen aan de nieuwe situatie.

echtscheiding

Zorg ook dat je als leerkracht de leerling niet meteen afstraft voor vergeten materiaal, de leerling went nog aan de nieuwe situatie. Zorg zelf ook voor wat extra materiaal, zo kan de leerling altijd meewerken. Als de leerling veel vergeet kan je eens samen met de leerling zoeken naar oplossingen waardoor hij het niet meer vergeet.

Maatregelen school

Zorg dat je als school op de hoogte bent van de gezinssituatie. Vraag dit na bij de inschrijving, zodat je een duidelijke gezinssituatie kan voorleggen aan de leerkrachten. Zorg ook dat de drempel school – ouders laag blijft zodat de ouders bij problemen bij de school terechtkunnen.

Blijf ook neutraal in deze situatie, kies geen partij voor een van de ouders. Zorg dat beide ouders zich nog altijd welkom voelen in de school. Maak daarom alles in tweevoud, stuur brieven en mails naar beide ouders en zorg dat allebei de ouders een rapport ontvangen van hun kind. Zorg ook dat er duidelijke afspraken zijn met beide ouders over schoolrekening en adres- en contactgegevens.

Organiseer ook als school eens een sessie voor de leerkrachten over nieuw samengestelde gezinnen. Zo blijven de vooroordelen tot het minimum beperkt.

Moeilijke thuissituatie: Kansarmoede

Jongeren in jouw klas kunnen te maken hebben met een moeilijke thuissituatie. Een van die situaties kan een gezin in kansarmoede zijn. Hier moet je op 5 vlakken rekening houden om de ondersteuningsnoden, hieronder staan ze allemaal uitgewerkt.

Focus op het gevoel van de leerling

In het begin van het jaar kan je een signaallijst invullen (klasse_pvdk_signaallijst), dit is natuurlijk niet bindend en wijst er niet rechtstreeks op dat leerlingen in kansarmoede leven. Bekijk naast die signalen ook nog eens het gedrag in klas, bespreek eens samen met collega’s,… Let wel op dat je de leerlingen niet anders gaat behandelen of dat collega’s de leerling anders gaan behandelen.

armoede_anderskijken

In je lessen zelf moet je alert zijn voor signalen (klein of groot), deze kunnen een extra indicatie zijn. Daarnaast mag je niet te snel oordelen over deze leerling of zijn thuissituatie. De leerling is en blijft een leerling. Zorg ook voor genoeg bekrachtiging in je les (Bekrachtiging in de klas) en gebruik je leerlingen hun talenten en mogelijkheden zoveel mogelijk.

Zorg ook voor een warm klasklimaat, leerlingen zullen dan sneller hun problemen bespreekbaar maken. Zorg daarnaast ook dat de leerlingen een vertrouwenspersoon hebben. Dit kan jou zijn als leerkracht, maar daarnaast kan je ook een buddysysteem starten. Door het warme klasklimaat voelen de leerlingen ook dat er mensen zijn voor hen en dat zij mogen zijn wie ze zijn.

Overleg ook met het schoolteam over je vermoeden van kansarmoede. Ben je zeker kan je multidisciplinair overleggen. Dit betekent samenwerken met je collega’s, zorgleraar, CLB en leerlingenbegeleiding.

Focus op het begrip kansarmoede

Bespreek het begrip kansarmoede tijdens je lessen. Zo komen leerlingen in contact met het begrip en verliezen ze hun vooroordelen. Het is dus aan jou om de leerlingen zoveel mogelijk vooroordelen weg te nemen over kansarmoede, dit kan door videomateriaal of een discussie of andere werkvormen.

Laat leerlingen ook eens contact maken met verschillende maatschappelijke contexten. Ga eens op bezoek bij verschillende samenlevingen, bespreek hoe verschillende samenlevingen werken. Daarnaast kan je ook werken binnen een school, in een school zitten er als verschillende contexten. Er zijn leerlingen met andere thuisculturen, andere normen en waarden,…

Leerlingen waarvan je weet dat zijn in een situatie van kansarmoede leven, kan je in contact laten komen met de organisatie Recht-Op. Dit is een organisatie waar jongeren die het niet breed hebben thuis kunnen samenkomen. Daar kunnen ze elkaar ondersteunen, vriendschap en warmte geven.

recht-op

Focus op studie

Zorg voor multidisciplinair overleg binnen school. Overleg samen met je collega’s, zorgleraar, CLB en de leerlingen begeleiding hoe je de jongere het beste kan ondersteunen op vlak van studie. Zorg voor eventueel gratis studie voor en na schooltijd waar de leerlingen naartoe kunnen.

books-1015594_1920

Zorg tijdens de studie voor momenten waarop de leerling huiswerkbegeleiding kan krijgen. Dit kan bijvoorbeeld via leercoachen, hier kunnen stagairs in de studie komen en bijles geven waar nodig. Dit gebeurt voornamelijk in de woensdagnamiddagstudie waar de leerlingen veel tijd hebben, zo kan de leercoach genoeg tijd uitrekken voor elke leerling.

Focus op het financiële

School kan een handje toesteken naar de leerlingen toe door bijvoorbeeld te zorgen dat leerlingen de restjes van kooklessen kunnen ophalen. In TSO/BSO scholen kunnen leerlingen naar de kapper voor maar 5 euro. Daarnaast kan je de schooldouches ook openstellen voor en na school zodat leerlingen nog een douche kunnen nemen.

Laat de leerlingen ook  inspraak hebben op de schooluitstappen en organiseer eventueel inzamelacties zodat de uitstap voor alle leerlingen minder duur wordt. Laat elke klas bijvoorbeeld zijn eigen inzamelactie op poten zetten (verkoop van pannenkoeken, tentoonstelling organiseren, kerstmarkt organiseren, …). Zo wordt de klassfeer versterkt en worden de uitstapjes minder financieel zwaar voor de ouders.

Daarnaast kan je ook een ruilbeurs of pop-up tweedehands beurs organiseren waar leerlingen boeken en ander materiaal kunnen aankopen van andere leerlingen. Laat de ouders ook in schijven betalen in de plaats van in een keer, dit zorgt voor een mindere druk op de ouders.

Focus op ouders

Zorg dat de ouders zich welkom voelen en durven praten, zorg voor een warm schoolklimaat waar de ouders zich goed in voelen. Het is als school ook nodig dat de ouders vertrouwen hebben in de school en in de werking van de school, daarom is het warme schoolklimaat van groot belang.

In communicatie is het nodig om eenvoudig te communiceren, gebruik geen moeilijke termen. Sommige ouders zullen die termen niet begrijpen en voelen dat de school niet op hun niveau zit.

communicatie

Moeilijke thuissituatie: verslaving

Jongeren in jouw klas kunnen te maken hebben met een moeilijke thuissituatie. Een van die situaties kan een verslaving zijn bij de jongere zelf of bij de ouders van de jongere. Hieronder staan de noden die zo een leerling nodig heeft en ook wat jij als leerkracht en als school kan doen.

Wat is een verslaving?

addiction

Een verslaving is een afhankelijkheid (fysiek & mentaal) die het leven beïnvloedt in een negatieve zin. De persoon is verslaafd aan een bepaalde stof of aan een activiteit en kan daardoor niet meer normaal functioneren. Vaak is er ook sprake van ontkenning, de persoon weet niet dat hij/zij verslaafd is.

Wat is de ondersteuningsnood van een verslaafde leerling?

Allereerst is het de school zijn job om een drugsvrij klimaat te creëren op school, ook doen aan preventie op school.

Is er sprake van een verslaafde leerling is het heel belangrijk dat je die leerling nog altijd ziet als een leerling en niet als een verslaafde. Daarnaast is er ook nood aan veel geduld en interesse in de leerling.

Als leerkracht moet je ook hulp aanbieden. Ga een gesprek met hen aan en bied hen enkele oplossingen aan, waar kunnen ze naartoe om hulp te zoeken. Eenmaal de leerling dan aan het afkicken is, is het ook belangrijk om de leerling te begeleiden en op te volgen. Zo komt de leerling niet onvoorbereid terug in de klas.

Ondersteuningsnood leerling met verslaafde ouders?

Leerlingen die verslaafde ouders hebben gaan hier niet snel over willen spreken. Het eerste wat je als leerkracht zal zien is een verandering in gedrag. Leerlingen moeten thuis vaak een andere rol opnemen en zullen zich verantwoordelijk voelen. Daarnaast wordt hun gedrag in de klas ook anders, ze zullen opvallend stil worden of juist erg luid. Als leerkracht moet je proberen uit toe zoeken wat de oorzaak is van dat gedrag.

poster-drugs

Naast het gedrag opmerken is interesse tonen in de leerlingen en hen aandacht geven ook iets waar zij nood aan hebben. Voor iedere leerling is interesse en aandacht een meerwaarde, maar voor de leerlingen met een verslaafde ouder kan dit van meer belang zijn. Zij krijgen vaak niet veel aandacht van hun verslaafde ouder(s).

Creëer ook een goede klassfeer waar leerlingen weten dat ze over alles kunnen praten zonder dat er geroddeld wordt. Zorg ook dat de leerling met jou kan praten. Bied de leerlingen ook enkele sites of organisaties waar ze naartoe kunnen om te praten of om extra informatie te krijgen.

Als laatste is het ook belangrijk om als school een studie-omgeving aan te bieden voor deze leerlingen. Thuis is het vaak moeilijk om te concentreren op school en als ze op school een studie-omgeving hebben kunnen ze daar toch al hun huiswerk maken en wat leren.

Wat kan je doen als vakleerkracht?

Geef aandacht aan de leerling, ga eens een gesprekje met hem aan, vraag hoe het is. Maar doe dit voor alle leerlingen, doe je dit enkel voor één leerling vergroot je de kans op pestgedrag.

Zorg voor een positieve klassfeer waar het probleem besproken kan worden zonder enige veroordeling. Bespreek het probleem enkel als de leerling dit wil en als de klassfeer goed genoeg is om dit te bespreken.

Tolereer het ook als er eens een taak te laat is van de leerling, de leerling heeft niet altijd een goede thuissfeer om zijn huiswerk te maken. Daarom is het goed om de studie-omgeving aan te bieden, zo kunnen leerlingen leren en hun huiswerk maken in een rustige omgeving.

Wat kan je doen als school?

Als school dien je als eerste een beleid op te stellen tegen drugsgebruik op school in elke vorm. Stel sancties op en geef gevolgen aan hun gedrag in verband met druggebruik.

drug-free-school

Zorg als school ook voor enkele buitenschoolse activiteiten. Zo bied je als school ontspanning voor de leerlingen, kunnen de leerlingen even weg van hun problemen.

Als school is het ook belangrijk om communicatie te hebben met externe hulpverlening, zo kan je een goede hulpverlening bieden aan de leerlingen.

Daarnaast moet je als school ook een goede communicatie met de ouders hebben. Zorg er wel voor dat je eerst op de hoogte bent van de situatie, anders kunnen de ouders het erger maken dan het al is.

Een project opstellen

In een project rond drugs kan je rond verschillende dingen werken, ik lijst enkele dingen op.

Je kan enkele personen laten komen om te getuigen over hun ervaringen met druggebruik. Dit kan uit verschillende standpunten worden gedaan: een ex-verslaafde, een familielid van een verslaafde, een medewerker uit een hulpcentrum,…

Daarnaast is het ook belangrijk om de medische en sociale gevolgen van een verslaving duidelijk te maken. Laat de leerlingen zelf kennis maken met de gevolgen die een verslaving met zich meebrengt.

Het is ook belangrijk om je leerlingen weerbaar te maken, leer ze NEE zeggen. Dit kan je doen via weerbaarheidstraining.

no-1532843_1920

Laat de leerlingen ook zelf eens aan het woord en organiseer een debat, zo hoor je de mening van andere leerlingen en kan je je eigen mening bijschaven.

Als laatste kan je ook een film- of toneelvoorstelling doen die draait rond verslaving, verbindt dit dan ook met een nabespreking achteraf.

Tips omgaan met moeilijke thuissituatie

Als leerkracht krijg je soms te maken met moeilijke thuissituaties. Leerlingen hebben dan nood aan ondersteuning van zowel jij als leerkracht al van het schoolteam. Hieronder zijn enkele tips te vinden  voor het omgaan met jongeren die een moeilijke thuissituatie hebben. Deze tips bestaan uit 3 categorieën, ten eerste enkele algemene tips, ten tweede tips in het omgaan met je team en als laatste tips om om te gaan met ouders.

Algemene tips om om te gaan met leerlingen:

  1. Toon aan dat je er voor de leerlingen bent.
  2. Nood aan acceptatie.
  3. Blijf wel je eisen stellen als leerkracht.
  4. Leerkracht = neutraal (Geen standpunt of conclusie maken, geen partij kiezen)
  5. Wees alert voor signalen (verandering)
  6. (Extra) begeleiding (Bijvoorbeeld: studie-ondersteuning, CLB, leerlingenbegeleider,…)
  7. Vertrouwenspersoon
  8. Onderwerp bespreekbaar maken (school, klas,…)
  9. Positief benaderen, succeservaring
  10. Oorzaak proberen te achterhalen
  11. Niet te familiair worden met leerlingen
  12. Goede combinatie met beide ouders

Tips in het omgaan met team

  1. Goede communicatie met collega’s via bijvoorbeeld vakwerkgroepen
  2. Goede communicatie met derden (CLB, leerlingenbegeleider,…)
  3. Klassenleraar signalen opvangen: melden aan volledige team
  4. Informatie/spreekmuur in de lerarenkamer enkel voor belangrijke zaken die het volledige team moet weten.
  5. Goed schoolbeleid met duidelijke (heldere) afspraken.
  6. Goede sfeer op school (‘Iedereen welkom voelen’)
  7. Teambuilding
  8. Individuele afspraken in je klas afstemmen op algemene afspraken: leerkrachten mogen niet tegenstrijdig zijn.
  9. Indien mindere sfeer, zoek naar de oorzaak. (Zorg ervoor dat de oorzaak aangepakt wordt.)

meeting-1002800_1920

Tips in het omgaan met ouders

  1. Sfeer van vertrouwen bij oudercontact.
  2. Infodag: begin van het schooljaar
  3. Evenementen tijdens schooljaar (Bijvoorbeeld: kerstmarkt)
  4. Goede communicatie tijdens volledige schooljaar.
  5. Oudercontact: beginnen met positieve elementen en rekening houden met onderstaande zaken.

bang-voor-ouders

  • Keuze van data (verschillende data)
  • Afsluiten op positieve manier
  • Niet rond de pot draaien om slecht nieuws aan te brengen
  • Spreek op een rustige manier
  • Anderstalige ouders:
    • Simpel taalgebruik (korte zinnen)
    • Gestructureerd
    • Tolk (niet de leerlingen zelf)
    • Visueel
    • Langzaam spreken

IJsbrekers en kennismakingsspellen

Elk jaar bij het begin van het schooljaar is het moment daar dat jij je nieuwe klassen mag verwelkomen en daarbij horen natuurlijk kennismakingsspelletjes. Zo leren jij en de leerlingen elkaar kennen en wordt vriendschappen sluiten toch gemakkelijker. Om niet elke keer terug hetzelfde te doen met de leerlingen heb ik hieronder enkele spelletjes uitgewerkt die de leerlingen kunnen spelen om kennis te maken. Bepaalde van deze spelletjes zijn voor leerlingen die elkaar nog niet kennen anderen voor leerlingen die een groot deel van de klas toch al kent.

sign-1719905_1920

Concentratiebal
Leerlingen:
Dit is een spel voor leerlingen die elkaar nog niet goed kennen, het is een goede manier om namen te leren en te oefenen.

Het spel:
Rik gooit de bal naar Celina en roept tegelijk de naam van Karel. Nu weet Celina dat zij de bal naar Karel moet doorgooien. Terwijl Celina de baal naar Karel gooit, roept ze de naam van weer iemand anders, bijv. Jan. Nu moet Karel naar Jan gooien, enz. Wanneer iemand een fout maakt (bijv. door naar de verkeerde persoon te gooien, door geen andere naam te roepen of slecht te gooien) valt die uit het spel. Als je op stoelen zit, gaat die persoon dan op de grond zitten; als je op de grond zit, schuift hij/zij achteruit uit de kring.
Je speelt het spel tot er slechts 3 gooiers overblijven.
Je kan de moeilijkheidsgraad geleidelijk verhogen door slechts 3 tellen bedenktijd te geven, en ook door het uitsluiten van wie het woordje ‘euh’ nog gebruikt.

Ik heb een brief voor …
Leerlingen:
Dit spel kan voor beide groepen worden gebruikt. Het is een ideaal spel om als groep die elkaar nog niet kent gelijkenissen te ontdekken tussen elkaar. In een groep die elkaar wel al kent kunnen ze kenmerken benoemen die ze nog niet weten en eventuele wat zwaardere onderwerpen aanhalen.

Doel:
Spelenderwijs kleine verschillen en gelijkenissen ontdekken tussen de deelnemers.

Benodigdheden:
Eén stoel minder dan het aantal spelers.

Tijd:
10 minuten

Het spel:
De spelers gaan in een kring op de stoelen zitten. Zelf ga je in het midden staan om het spel te demonstreren.
Je legt uit dat de persoon in het midden een brief heeft voor bepaalde personen en dat hij vertelt voor wie de brief bestemd is. Bijvoorbeeld: “Ik heb een brief voor diegenen die … een bril dragen.”

heart-159637_1280
Al diegenen die een bril dragen, moeten dan opspringen en van stoel wisselen. De persoon in het midden probeert zelf een lege zitplaats te bemachtigen.
Degene die overblijft, moet op zijn beurt in het midden gaan staan en de volgende brief overbrengen.
Er zijn oneindig veel mogelijkheden. Stimuleer de spelers om originele bestemmelingen te zoeken. Zoals: ik heb een brief voor diegenen die kunnen …, die (niet) houden van …, die allergisch zijn aan …, die al geweest zijn in …, die al eens … hebben gedaan, die dromen van …, die als hobby …, die … hebben (lichamelijke of karakteriële kenmerken), enz.
Stop het spel na 5 à 10 minuten of als iedereen een beurt heeft gehad en iedereen eens van plaats moest wisselen.

 

Spinnenweb
Leerlingen:
Dit spel is voornamelijk ontwikkeld voor groepen die elkaar nog niet kennen, maar het kan ook eventueel worden aangepast voor groepen die elkaar wel al kennen. Dan kan je werken met het vragen stellen aan elkaar.

Duur van het spel:
20 minuten

Nodig:
grote bol wol

Het spel:
Iedereen zit in een kring en noemt zijn naam. Daarna begint het spel. Eén persoon krijgt de bol wol. Hij houdt het uiteinde van de bol vast, noemt de naam van iemand anders in de kring, en gooit de bol daarheen, terwijl hij het draad vast blijft houden. De tweede persoon vangt de bol, noemt de naam van iemand anders in de kring, en gooit de bol daarheen terwijl hij het draad vast blijft houden. Zo ontstaat er in het midden van de kring langzaam een spinnenweb.

Variatie:
In plaats van namen leren, kan het spel ook gebruikt worden om dingen van elkaar te weten te komen. Wie de bol heeft, mag bijvoorbeeld een vraag stellen. Wie de bol vangt, kan daar dan antwoord op geven.
Ook zou je, wanneer het spinnenweb compleet is, iedereen tussen de draden door terug laten lopen naar degene van wie hij de bol wol kreeg. Eerst degene die als laatste de bol wol kreeg en zo verder. Degene loopt terug en rolt de wol op. In de tussentijd moet hij/zij wat over zichzelf vertellen.

Wie ben ik?
Leerlingen:
Dit is zeker een spel voor leerlingen die elkaar al kennen. Het spel zit zo in elkaar dat je toch al wat over de andere deelnemers moet weten voor je het spel op een goeie en zinvolle manier kan spelen.

Duur van het spel:
15 minuten

Nodig:
papier en pen

Het spel:
Elke deelnemer schrijft op een blaadje persoonlijke, unieke kenmerken en enkele hobby’s. Kenmerken kunnen bijvoorbeeld zijn hoeveel broers en zussen je hebt, in wat voor huis je woont, wat voor huisdieren je hebt of wat je lievelingseten is en wat jou uniek maakt. De opgeschreven punten mogen zo gek of opvallend zijn als je maar wilt, zolang ze waar zijn. De briefjes worden verzameld in een bak.
Vervolgens worden deze blaadjes blind verdeeld over alle spelers. Eén voor één leest men zijn kaartje voor waarna hij of zij mag raden bij wie het kaartje hoort. Is dit juist, dan mag de geraden speler een poging wagen. Is dit niet juist, dan is de speler links van hem/haar aan de beurt.

Handtekeningenspel
Leerlingen:
dit is een spel voor leerlingen die elkaar nog niet kennen. Door elkaar vragen te stellen leren ze van elkaar.

Duur van het spel:
20 minuten (korter bij kleine groep)

Nodig:
pennen en papier voor iedere deelnemer

Voorbereiding:
Maak een enquêteformulier met vragen als
• wie is er deze vakantie naar Spanje geweest?
• wie is er al eens in het ziekenhuis belandt?
• Wie heeft de beste vakantie ooit gehad deze zomer?
• wie zijn ouder werkt er in de bouw?
• wie zijn verjaardag valt in September?
Probeer de vragen zo te maken dat elke vraag maar op een klein aantal mensen slaat. De vraag “wie heeft er een zwemdiploma” is dus geen geschikte vraag, omdat bijna iedereen dat heeft. “Wie heeft er geen zwemdiploma” is een veel interessantere vraag.

Het spel:
Iedere deelnemer krijgt een pen en een uniek enquêteformulier. Ze krijgen de opdracht om in 20 minuten tijd zoveel mogelijk handtekeningen te verzamelen van anderen bij de uitspraken die op hun papier staan. Aan het eind van het spel overloop je de antwoorden op de papieren door zelf een uitspraak te kiezen en aan de leerling die deze vraag op zijn blaadje had te vragen wat de andere leerlingen hierover verteld hebben.enquete

Pesten en groepsdynamica

In dit groepswerk zoeken we samen naar enkele preventieve maatregelen tegen pesten en naar enkele curatieve maatregelen.

Brainstorm

Voor we begonnen met maatregelen te zoeken deden we eerst een kleine brainstorm naar woorden die wij associëren met pesten.

brainstorm-1076587_1920

Onze groep kwam tot deze termen:

  • Mentaal en fysiek
  • Uitsluiten
  • Bang
  • Niet opgemerkt door buitenwereld
  • Expres
  • Depressief, zelfmoord
  • Kwetsend
  • Grove opmerkingen
  • Niet grappig (niet meer plagen)
  • Herhaaldelijk
  • Groepsdruk

Daarna kwamen wij tot deze definitie:

Het herhaaldelijk geven van kwetsende opmerkingen of fysiek geweld, dat niet meer onder plagen valt, met als doel de andere te kwetsen.

Rollen

In een pestsituatie kunnen we verschillende rollen onderscheiden, namelijk:

  • Omstaanders:
    • ouders
    • leerkrachten
    • meelopers
    • buitenstaanders
    • helpers
  • Gepeste
  • Pester

Groepsproces

Pesten is een groepsproces, doordat mensen de pester steunen kan het pesten doorgaan. Als de mensen de pester niet steunen. We kunnen dus twee soorten groepsproces onderscheiden:

  • Aanmoedigen van pesten door steun pester. Hierdoor wordt de pester leider en verwerft hij een STATUS. De leerlingen die pester aanmoedigen willen ook meer aanzien.
  • Ontmoedigen van pesten door steun slachtoffer. Hierdoor verliest de pester aanzien. Dit komt helaas niet veel voor.

Preventief

Een eerste idee om pesten te voorkomen is de move tegen pesten. Dit is eigenlijk een idee die komt vanuit ketnet en dus gericht is op kinderen in de lagere school, maar dit kan zeker ook gebruikt worden in een middelbare school mits enige aanpassingen.

move-tegen-pesten

Een tweede idee was een anti-pestweek waar we dan sprekers zouden laten komen die vertellen over tijden dat zijzelf gepest werden of tijden dat iemand zelf heeft gepest. We zouden tijdens die anti-pestweek dan ook sancties tegen pesten laten samenstellen door leerlingen zelf. Je laat die week dus het best vallen in het begin van het jaar.

Tijdens het klasuur kan je zeker ook tijd maken voor pesten. Hier kan je filmpjes tonen, verhalen laten lezen door pesters en gepesten geschreven, enz. Daarna kunnen leerlingen hun gedachten daarover delen en in discussie treden met de andere leerlingen.

Als leerkracht zelf moet je aandacht hebben voor de groepsdynamiek en kan je deze gebruiken in het elimineren van pesten. Door zelf groepjes te maken kan je leerlingen die minder gemakkelijk vrienden maken samen plaatsen met mensen die met iedereen overeen komen. Zo voelen de leerlingen die niet zo gemakkelijk vrienden maken zich niet ongemakkelijk en gaan ze misschien wel een nieuwe vriend maken.

Als laatste kan je een filmnamiddag organiseren rond de film spijt. Het is een Nederlandse film die gebasseerd is op het boek van Carry Slee. In het boek wordt een jongen gepest door enkele jongeren uit David zijn klas. David komt op voor Jochem en wordt bevriend met hem. Beide jongens zijn verliefd op een meisje en nadat Jochem haar ziet kussen met iemand anders verdwijnt hij. David gaat op onderzoek en ontdekt dat Jochem zelfmoord heeft gepleegd. Na dit heeft iedereen spijt van wat er gebeurt is.

Curatief

De no-blame tactiek heeft als uitgangspunt dat pesten het probleem is van de gehele groep. Er is niet één iemand die de schuld krijgt, maar de hele groep werkt samen om een probleem op te lossen. De gehele no-blametechniek en hoe je het toepast vindt je in het document hier: de-no-blame-aanpak-www-diversiteitinactie-be . Als leerkracht is het dan je job om nadien te controleren of leerlingen zich aan hun eigen regels houden. Indien ze dit niet doen is het jouw job om ze er op te wijzen dat ze die regels zelf hebben opgesteld en dat ze zich daarom eraan moeten houden.

Als leerkrachtenteam kan je ook een Anti-pestweek organiseren waar je vakoverschrijdend werkt rond pesten. Je kan hier bijvoorbeeld werken met casussen en een klasgesprek voeren, daarnaast kan je ze ook creatief laten werken rond pesten door bijvoorbeeld slogans te maken om het pesten tegen te gaan.

bullying-1019271_1280

Daarnaast moet je ook met de ouders in overleg gaan. Hier moet je wel rekening houden dat ouders soms niet willen geloven dat hun zoon/dochter een pester is en dit gaan ontkennen. Het is dus jouw job om genoeg bewijs te hebben en de ouders te overtuigen dat het anders zal moeten.

Identiteitsvorming

Als school en als leerkracht speel je een belangrijke rol in de ontwikkeling en persoonlijke groei van leerlingen. De school en de leerkracht heeft als taak de leerlingen stimuleren om hun kwaliteiten ten volle te benutten. Hoe kan jij als leerkracht nu de leerling zijn sterktes laten gebruiken en hen ook blijven motiveren om dat te doen?

Ten eerste moeten leerlingen ontdekken wat hun sterktes/kwaliteiten zijn. Daar kan je gebruik maken van het kwaliteitenspel, hier bestaat al een blogpost over die je hier kan vinden: Kwaliteitenspel.

In het proces van hun identiteit en sterktes vinden hebben jongeren nood aan een positief zelfbeeld. Ze moeten weten wat hun talenten zijn en ook zelfvertrouwen hebben om deze talenten te benutten. Daarom moeten we de leerlingen positief bekrachtigen (Bekrachtiging in de klas). Positieve ervaringen die de leerlingen ervaren bekrachtigen het zelfbeeld, de leerling gelooft in zijn kunnen.

Naast het positief bekrachtigen hebben jongeren ook nood aan erkenning en begrip van volwassen. Leg hen niet je eigen mening op, maar respecteer hun mening. Jongeren willen gelijkwaardig behandeld worden door volwassen, het is onze taak om niet met vooroordelen te kijken naar de jongeren.

leraar-staat-in-de-klas

In je lessen kan je ook zorgen dat je leerlingen hun talenten gebruiken. Laat hen bijvoorbeeld een opdracht creatief verwerken op eender welke manier. Leerlingen kunnen dan hun eigen talenten tentoonstellen. Als de leerlingen hun werk dan voorstellen mag je het dan ook niet afkraken, geef hen enkele tips maar leg je focus op het goede van de taak. Zo blijven leerlingen zeker van hun kunnen, maar hebben ze wel enkele werkpunten.